MTEB-NL
Collection
Massive Text Embedding Benchmark for Dutch. Check https://github.com/nikolay-banar/mteb-nl-dev to evaluate your models. • 26 items • Updated • 2
id stringlengths 1 5 | text stringlengths 7 37.8k | title stringclasses 1
value |
|---|---|---|
1 | Artikel 1.1.1. Onderhavig Wetboek regelt een materie als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet. | |
2 | Art. 1.1.2.Onderhavig Wetboek zet de volgende richtlijnen om in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest : 1° gedeeltelijk, Richtlijn 2001/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake nationale emissieplafonds voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen; 2° Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parl... | |
3 | Art. 1.2.1. Onderhavig Wetboek streeft de volgende doelstellingen na : 1° een geïntegreerd gewestelijk lucht-, klimaat- en energiebeleid; 2° de minimalisering van de primaire energiebehoeften en vooral de vermindering van de afhankelijkheid van niet hernieuwbare energiebronnen; 3° het gebruik van energie uit hernieuwba... | |
4 | Art. 1.3.1.In de zin van onderhavig Wetboek dient men te verstaan onder : 1° " Gewest " : het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; 2° " Regering " : de Brusselse Hoofdstedelijke Regering; 3° " Leefmilieu Brussel " : Leefmilieu Brussel opgericht door het koninklijk besluit van 8 maart 1989; 4° " Overheid " : een rechtspersoo... | |
5 | Art. 1.4.1. Het gewestelijk Lucht-Klimaat-Energieplan, hierna " het plan " genoemd, legt de richtsnoeren alsook de maatregelen vast die moeten worden genomen om ten minste de doelstellingen vastgelegd in onderhavig Wetboek te bereiken, overeenkomstig het beleid van de Europese Unie en het internationaal recht inzake lu... | |
6 | Art. 1.4.2. De plannen, de programma's en de politieke beleidsdocumenten uitgewerkt door het Gewest of door de gewestelijke overheden of plaatselijke besturen voor wat huisvesting, mobiliteit of onderzoek en innovatie betreft, alsook de plannen en programma's beoogd in het BWRO sluiten aan bij de doelstellingen die het... | |
7 | Art. 1.4.3. Het plan wordt om de vijf jaar opgemaakt. Het blijft van toepassing zolang het niet wordt vervangen. | |
8 | Art. 1.4.4. Het plan wordt onderworpen aan een milieu-evaluatie overeenkomstig de bepalingen van onderhavig Wetboek of de bepalingen genomen in uitvoering van dat Wetboek. | |
9 | Art. 1.4.5.In samenwerking met de gewestelijke besturen bevoegd inzake mobiliteit, huisvesting, economie en ruimtelijke ordening werkt Leefmilieu Brussel een voorstel van voorontwerp van plan uit alsook een voorstel van bestek betreffende het milieu-effectenrapport bedoeld in artikel 1.4.6. Het legt het voorstel van vo... | |
10 | Art. 1.4.6. Het voorontwerp van plan, zoals goedgekeurd door de Regering, vormt het voorwerp van een milieu-effectenrapport dat de vermoedelijk zichtbare gevolgen voor het milieu van de invoering van het plan alsook de redelijke alternatieve oplossingen identificeert, beschrijft en evalueert, rekening houdend met de do... | |
11 | Art. 1.4.7.De Regering bezorgt het ontwerp van plan aan Leefmilieu Brussel met het oog op het openbaar onderzoek. Het ontwerp van plan wordt ook aan het Parlement ter informatie bezorgd. | |
12 | Art. 1.4.8. Ingeval de uitvoering van het plan merkbare gevolgen voor het milieu van een ander Gewest of een andere Lidstaat kan hebben, of wanneer een Gewest of een Lidstaat daarom verzoekt, bezorgt de Regering aan dit Gewest of aan deze Staat een kopie van het ontwerpplan en van het milieu-effectenrapport binnen een ... | |
13 | Art. 1.4.9.§ 1. Leefmilieu Brussel onderwerpt het ontwerpplan en het bijhorende milieu-effectenrapport aan een openbaar onderzoek. Het openbaar onderzoek wordt door middel van aanplakkingen aangekondigd in elk van de gemeenten van het Gewest, door middel van een bericht in het Belgisch Staatsblad en in ten minste drie ... | |
14 | Art. 1.4.10.Samen met het openbaar onderzoek legt Leefmilieu Brussel het ontwerpplan en het milieu-effectenrapport om advies voor aan de volgende instanties : 1° de Raad voor het Leefmilieu van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Raad van Gebruikers van Elektriciteit en Gas, de Adviesraad voor Huisvesting, de Gewest... | |
15 | Art. 1.4.11 Leefmilieu Brussel vervolledigt, wijzigt of verduidelijkt het ontwerpplan om rekening te houden met de adviezen en opmerkingen die binnen de termijn van het openbaar onderzoek werden uitgebracht overeenkomstig de bepalingen van afdeling 2. Leefmilieu Brussel stelt ook een ontwerp van milieuverklaring op dat... | |
16 | Art. 1.4.12. Het vervolledigde, gewijzigde of verduidelijkte ontwerpplan, het milieu-effectenrapport en het ontwerp van milieuverklaring worden binnen negentig dagen na de sluiting van het openbaar onderzoek aan de Regering overgemaakt. | |
17 | Art. 1.4.13. De Regering legt het plan in zijn definitieve vorm vast uiterlijk twaalf maanden na de goedkeuringsdatum van het voorstel van voorontwerp van plan. Het besluit van de Regering waarbij het plan wordt goedgekeurd, wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. De Regering bezorgt het plan, he... | |
18 | Art. 1.4.14 Leefmilieu Brussel publiceert de eindversie van het plan, het effectenrapport en de milieuverklaring op zijn website. | |
19 | Art. 1.4.15.In overleg met de regionale besturen bedoeld in artikel 1.4.5, eerste lid, evalueert Leefmilieu Brussel de uitvoering van het plan, meer bepaald om de onvoorziene negatieve gevolgen te identificeren en, in voorkomend geval, een wijzigingsprocedure aan te vangen. Leefmilieu Brussel publiceert jaarlijks een s... | |
20 | Art. 1.5.1 Leefmilieu Brussel wordt belast met de opstelling van het gewestelijk lucht-klimaat-energierapport dat de vooruitgang in de uitvoering van het gewestelijk Lucht-Klimaat-Energieplan evalueert. Leefmilieu Brussel legt het ontwerp van gewestelijk rapport om advies voor aan de overheden bedoeld in artikel 1.4.6,... | |
21 | Art. 1.6.1.Op vraag van Leefmilieu Brussel, delen de overheden, binnen de kortst mogelijke termijnen, de informatie mee die noodzakelijk geacht wordt voor de follow-up van de uitvoering van het gewestelijk Lucht-Klimaat-Energieplan en voor de naleving van de Europese en internationale verplichtingen die het Gewest inza... | |
22 | Art. 2.1.1.In de zin van onderhavig boek, verstaat men onder : 1° " Energieprestatie van een gebouw (EPB) " : de hoeveelheid energie die effectief wordt verbruikt of nodig geacht wordt om te voldoen aan de verschillende behoeften bij een standaard gebruik van het gebouw, met onder andere verwarming, warm water, koelsys... | |
23 | Art. 2.2.1.Onderhavig hoofdstuk is van toepassing op alle EPB-eenheden van een gebouw waarin energie wordt gebruikt om het binnenklimaat te regelen, met uitzondering van : 1° de lokalen gebruikt als erkende plaatsen voor erediensten en zedenleer; 2° EPB-eenheden bestemd voor landbouw-, industriële of artisanale activit... | |
24 | Art. 2.2.2. § 1. De Regering legt de berekeningsmethodes vast voor de energieprestatie van de EPB-eenheden op basis van de elementen vermeld in bijlage 2.1. § 2. De Regering kan bepalen dat EPB-eenheden die gebruik maken van concepten of bouwtechnologieën die niet in aanmerking worden genomen door de methodes die de Re... | |
25 | Art. 2.2.3.§ 1. De Regering bepaalt de EPB-eisen waaraan de nieuwe EPB-eenheden alsook de zwaar en eenvoudig gerenoveerde EPB-eenheden moeten voldoen. Deze vereisten beantwoorden minstens aan het kostenoptimaal niveau, dat wordt vastgesteld op basis van de geraamde economische levensduur van de EPB-eenheid of één van d... | |
26 | Art. 2.2.4.§ 1. De nieuwe en gerenoveerde EPB-eenheden kunnen vooraf een volledige of gedeeltelijke afwijking van de EPB-eisen bekomen wanneer de gedeeltelijke of volledige naleving van die eisen technisch, functioneel of economisch niet haalbaar is. § 2. De verzoeken tot afwijking bedoeld in § 1 worden ingediend bij d... | |
27 | Art. 2.2.5.§ 1. Bij elke aanvraag om een stedenbouwkundige vergunning met betrekking tot een nieuwe, zwaar gerenoveerde of eenvoudig gerenoveerde EPB-eenheid, moet een EPB-voorstel worden gevoegd. Desgevallend voegt de aanvrager de afwijking die hij krachtens artikel 2.2.4. heeft verkregen toe aan zijn voorstel. § 2. H... | |
28 | Art. 2.2.6. Het EPB-voorstel bevat de onderverdeling van het project bedoeld in de aanvraag in nieuwe, zwaar of eenvoudig gerenoveerde EPB-eenheden alsook de elementen gekoppeld aan de energie en aan het binnenklimaat die een impact hebben op de stedenbouwkundige voorschriften alsook de rechtvaardiging van de gedeeltel... | |
29 | Art. 2.2.7.§ 1. Wanneer het project waarvoor een aanvraag is ingediend uit één of meer nieuwe EPB-eenheden bestaat of samengesteld is uit één of meerdere zwaar gerenoveerde EPB-eenheden die samen meer dan 5.000 m2 bestrijken, verricht de EPB-adviseur een haalbaarheidsstudie naar de technische, milieugerelateerde en eco... | |
30 | Art. 2.2.8.§ 1. Uiterlijk acht dagen voor het begin van de werkzaamheden, verstuurt de aangever de kennisgeving van het begin van de werkzaamheden naar Leefmilieu Brussel voor de nieuwe of zwaar gerenoveerde EPB-eenheden of in het in § 4 bedoelde geval, of naar de vergunningverlenende overheid voor de eenvoudig gerenov... | |
31 | Art. 2.2.9.§ 1. Uiterlijk op het tijdstip waarop het EPB-voorstel voor de nieuwe en zwaar gerenoveerde EPB-eenheden wordt opgesteld, wijst de aangever een EPB-adviseur aan. § 2. De aangever verwittigt Leefmilieu Brussel, voor de nieuwe of zwaar gerenoveerde EPB-eenheden, of de vergunningverlenende overheid, voor de een... | |
32 | Art. 2.2.10.§ 1. De aangever informeert de EPB-adviseur of de architect over alle gegevens die hij nodig heeft voor de berekening van de energieprestatie en de follow-up van de EPB-eisen, op basis waarvan deze laatste een berekening maakt die hij aan de aangever bezorgt vóór het begin van de werf. Voor nieuwe of zwaar ... | |
33 | Art. 2.2.11.§ 1. De EPB-aangifte wordt door de aangever per aangetekend schrijven, langs elektronische weg of via een drager, bezorgd aan Leefmilieu Brussel uiterlijk twee maanden na het einde van de werkzaamheden en, in voorkomend geval, uiterlijk twee maanden na de voorlopige oplevering van de werken wanneer het gaat... | |
34 | Art. 2.2.12. § 1. Het EPB-certificaat bevat referentiewaarden op basis waarvan de belanghebbenden de energieprestatie van de EPB-eenheid kunnen bekijken en deze kunnen vergelijken met die van andere EPB-eenheden. Het EPB-certificaat geeft ook aanbevelingen voor de rendabele verbetering van de energieprestatie van de EP... | |
35 | Art. 2.2.13.§ 1. Na de bouwwerken voor een nieuwe EPB-eenheid of een gerenoveerde EPB-eenheid waarvoor de Regering een eis van globale energieprestatie vaststelt, stelt Leefmilieu Brussel een EPB-certificaat op uitgaand van de EPB-aangifte en bezorgt dit aan de aangever binnen een termijn van twee maanden vanaf de ontv... | |
36 | Art. 2.2.14.§ 1. Elke persoon die voor eigen rekening of als tussenpersoon wil overgaan tot een vastgoedtransactie met betrekking tot een EPB-eenheid bedoeld in artikel 2.2.13, § 2 : 1° duidt in de bekendmaking hiervan ondubbelzinnig de informatie betreffende de energieprestatie van het goed aan zoals nader bepaald doo... | |
37 | Art. 2.2.15.De Regering bepaalt de EPB-eisen waaraan de technische installaties moeten voldoen tijdens hun installatie, hun gebruik of hun vervanging of modernisering. Wanneer ze EPB-eisen vastlegt, kan de Regering een onderscheid maken volgens de categorie, de ouderdom en de omvang van de uitrusting. De Regering kan E... | |
38 | Art. 2.2.16.§ 1. Een volledige of gedeeltelijke afwijking van de EPB-eisen kan worden toegekend voor technische installaties wanneer de gedeeltelijke of volledige naleving van die eisen technisch, functioneel of economisch niet haalbaar is. § 2. De verzoeken tot afwijking worden ingediend bij Leefmilieu Brussel vóór de... | |
39 | Art. 2.2.17 § 1. De toegankelijke delen van de verwarmingssystemen zoals de warmtegenerator(en), het (de) controlesyste(e)-m(en) en de circulatiepomp(en) worden bij de installatie, wijziging en met regelmatige tussenpozen gecontroleerd door een controleur. Deze controles omvatten de controle van de inachtneming van de ... | |
40 | Art. 2.2.17/1. Met het oog op de controle van de naleving van de verplichtingen in de voorwaarden die zijn vastgelegd door de Regering krachtens artikel 2.2.17, § 1 van onderhavig Wetboek, wordt elk actief gasleveringspunt - die door de netbeheerder beschouwd wordt als waarschijnlijk aangesloten op een verwarmingsketel... | |
41 | Art. 2.2.18 Leefmilieu Brussel verwerkt de gegevens uit de akten die worden bedoeld in artikelen 2.2.4, 2.2.8, 2.2.11, 2.2.13, 2.2.17 en 2.2.23, alsook de gegevens over de erkende personen. Met het oog op de administratieve vereenvoudiging, mogen de technische gegevens, verzameld in het kader van één van de maatregelen... | |
42 | Art. 2.2.19. § 1. De Regering erkent of voert een evaluatiesysteem in van de milieu- en energieprestatie van de gebouwen dat meer bepaald rekening houdt met de volgende aspecten : 1° de behoeften aan primaire energie, de energiebronnen en de uitstoot van kooldioxide gekoppeld aan het gebruik van het gebouw; 2° het verb... | |
43 | Art. 2.2.20.De Regering kan efficiënte en kwaliteitsvolle energieauditsystemen invoeren. De methodologie van de energieaudits en hun verplicht of facultatief karakter kunnen variëren volgens de bestemming of de oppervlakte van de gebouwen. Deze audits worden uitgevoerd door erkende auditoren overeenkomstig de bepalinge... | |
44 | Art. 2.2.21. Het PLAGE heeft tot doel een coherent geheel van acties te ondernemen om het energieverbruik van een geheel van gebouwen te beheersen en een becijferde doelstelling tot vermindering van het energieverbruik in die gebouwen te bereiken. | |
45 | Art. 2.2.22. Het volgende orgaan is ertoe gehouden een PLAGE in te voeren : - elke onderneming die eigenaar is en/of gebouwen betrekt die gelegen zijn op het grondgebied van het Gewest en samen een totale oppervlakte van meer dan 100.000 m2 innemen; - elke vereniging bedoeld in de wet van 27 juni 1921 op de vereniginge... | |
46 | Art. 2.2.23.§ 1. Binnen twaalf maanden na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk en bij elke verandering van PLAGE-coördinator, bezorgt het orgaan aan Leefmilieu Brussel de gegevens van de PLAGE-coördinator die het heeft aangewezen en de documenten waaruit blijkt dat de PLAGE-coördinator de opleiding bedoeld in het twee... | |
47 | Art. 2.2.24. Zodra de uitvoering van het PLAGE is voltooid, voert het organisme een nieuw plan uit overeenkomstig artikel 2.2.23. In afwijking van artikel 2.2.23, § 2, wordt de eerste fase van de volgende PLAGE's uitgevoerd binnen een termijn van twaalf maanden te rekenen vanaf de mededeling van het verslag bedoeld in ... | |
48 | Art. 2.2.25. Overeenkomstig de ordonnantie van 29 april 2004 betreffende de milieuovereenkomsten, kan het orgaan de verplichtingen die uit dit hoofdstuk voorvloeien vervullen door middel van een milieuovereenkomst. | |
49 | Art. 2.2.26.De Regering organiseert een begeleidingsdienst om de gezinnen te helpen op het vlak van : - rationeel energiegebruik; - energie-efficiëntie van de gebouwen en installaties; - energie uit hernieuwbare bronnen; - technische keuzes en materiaalkeuze; - toegang tot financiële stimuli. Deze dienst berust op de v... | |
50 | Art. 2.3.1.Voor de toepassing van dit hoofdstuk, verstaat men onder : 1° " Bestuur " : de door de Regering aangestelde administratieve dienst van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest belast met Mobiliteit en Openbare Werken; 2° " Vervoerplan " : de studie, implementatie, beoordeling en update van acties die bedoeld zijn ... | |
51 | Art. 2.3.2.§ 1. Onverminderd hun specifieke opdrachten bij elk soort plan, hebben het Bestuur en Leefmilieu Brussel als algemene opdracht om : 1° een school, een bedrijf, een sitebeheerder of een sitegebruiker de methodologische hulpmiddelen aan te reiken voor de opmaak van een vervoerplan; 2° een antwoord te geven op ... | |
52 | Art. 2.3.3.De Regering bepaalt de modaliteiten van de samenwerking tussen het Bestuur en Leefmilieu Brussel alsook de termijnen en alle andere modaliteiten van de procedures. De Regering bepaalt ook de inhoud, het model en de vorm van verzending aan het Bestuur en/of Leefmilieu Brussel van de documenten, hierna " formu... | |
53 | Art. 2.3.4. Deze afdeling is van toepassing op de kleuter-, basis- en secundaire scholen, voor alle netten en alle onderwijstypes. Afdeling 4 van dit hoofdstuk betreffende de activiteitenvervoerplannen is niet van toepassing op deze scholen wanneer zij buitenschoolse activiteiten in hun lokalen of in de omgeving ervan ... | |
54 | Art. 2.3.5. § 1. De scholen maken een prediagnose waarbij de bepalingen van het onderhavige hoofdstuk worden nageleefd. De prediagnose heeft met name tot doel : 1° de schooldirectie te sensibiliseren voor de mobiliteit, de verkeersveiligheid en de leefkwaliteit in de schoolomgeving; 2° de schooldirectie aan te zetten o... | |
55 | Art. 2.3.6. De schooldirectie stelt de prediagnose op aan de hand van een formulier dat zij invult. Het Bestuur voorziet in een administratieve begeleiding voor alle scholen en een informatiepunt waar alle schooldirecties terecht kunnen om relevante informatie te vinden. Dit informatiepunt zal opgestart worden op 1 sep... | |
56 | Art. 2.3.7. De schooldirectie actualiseert om de drie jaar de prediagnose aan de hand van het in artikel 2.3.6 bedoelde formulier, tenzij de school een schoolvervoerplan opstelt. Zij stuurt dit formulier naar het Bestuur. | |
57 | Art. 2.3.8. § 1. De school die overeenkomstig artikel 2.3.6 een prediagnose heeft opgesteld en verzonden naar het Bestuur kan, indien zij dit wenst, een schoolvervoerplan opstellen waarbij de bepalingen van het onderhavige hoofdstuk worden nageleefd. § 2. Meerdere scholen die op een zelfde site gevestigd zijn, kunnen e... | |
58 | Art. 2.3.9. Het schoolvervoerplan heeft met name tot doel : 1° het schoolpubliek te sensibiliseren voor veiligheid en duurzame mobiliteit; 2° de verkeersveiligheid en de leefkwaliteit op de weg naar school en in de schoolomgeving te verbeteren; 3° de verplaatsingsgewoontes van het schoolpubliek te veranderen met het oo... | |
59 | Art. 2.3.10. De schooldirectie schrijft zich bij het Bestuur in door het een door haar ingevuld formulier te bezorgen. In overleg met de schooldirectie, stelt het Bestuur een tijdsschema op waarin de toepassingstermijnen van de artikelen 2.3.12, § 1, 2.3.14, § 1, 2.3.15, § 1, 2.3.17 en 2.3.18 zijn bepaald en stuurt dez... | |
60 | Art. 2.3.11. § 1. De prediagnose, bedoeld in artikel 2.3.6, maakt integraal deel uit van de diagnose. § 2. De diagnose bevat : 1° een kaart met aanduiding van de woonplaats van de leerlingen; 2° de beschrijving van de werking en de analyse van de omgeving van de schoolinstelling; 3° het bereikbaarheidsprofiel van de sc... | |
61 | Art. 2.3.12. § 1. Mits naleving van artikel 2.3.11, stelt de schooldirectie de diagnose op aan de hand van een formulier dat zij invult. De schooldirectie stuurt dit formulier naar het Bestuur binnen de termijn bepaald in het in artikel 2.3.10, tweede lid bedoelde tijdsschema. § 2. Indien het Bestuur oordeelt dat de di... | |
62 | Art. 2.3.13. De schooldirectie maakt een actieplan op uitgaand van de diagnose. Dat plan bepaalt de volgende acties : 1° informatie en communicatie over de doelstellingen en de acties van het plan ten behoeve van het schoolpubliek, de buurtbewoners, de gemeente en de politiezone; 2° opvoeding en sensibilisering van het... | |
63 | Art. 2.3.14. § 1. De schooldirectie stelt op basis van de diagnose, het actieplan op aan de hand van een formulier dat zij invult. Ze stuurt dit formulier naar het Bestuur binnen de termijn bepaald in het in artikel 2.3.10, tweede lid bedoelde tijdsschema. § 2. Indien het Bestuur oordeelt dat het actieplan onvolledig i... | |
64 | Art. 2.3.15. § 1. De schooldirectie implementeert de acties van het plan binnen de termijn bepaald in het in artikel 2.3.10, tweede lid bedoelde tijdsschema. § 2. Het Bestuur stelt de betrokken wegbeheerder en maatschappij van openbaar vervoer voor om de voorstellen bedoeld in artikel 2.3.13, tweede lid, 4° te onderzoe... | |
65 | Art. 2.3.16. Het schoolbestuur gaat over tot de beoordeling van het actieplan om lessen te trekken uit de door de school ondernomen stappen om de acties, de planning van de operaties en de toekomstige beslissingen te verbeteren. Daartoe analyseert de beoordeling de relevantie en de efficiëntie van de genomen maatregele... | |
66 | Art. 2.3.17. § 1. Op basis van de in artikel 2.3.16 bedoelde beoordeling, actualiseert de schooldirectie het actieplan volgens de termijn die vastgelegd is in het tijdsschema bedoeld in artikel 2.3.10, tweede lid. De schooldirectie stuurt het geactualiseerde plan naar het Bestuur. Indien de schooldirectie het geactuali... | |
67 | Art. 2.3.18. Na afloop van een periode vastgelegd door de Regering en bepaald in het in artikel 2.3.10, tweede lid bedoelde tijdsschema, vervalt het schoolvervoerplan ambtshalve en van rechtswege. De school kan, indien zij dit wenst, een nieuw schoolvervoerplan opstellen. In dit geval, zijn de artikelen 2.3.8 tot 2.3.1... | |
68 | Art. 2.3.19. De school wordt als in gebreke blijvend beschouwd indien zij binnen de voorgeschreven termijn de prediagnose, met toepassing van artikel 2.3.6, niet naar het Bestuur stuurt. | |
69 | Art. 2.3.20. Het Bestuur stuurt, per aangetekend schrijven, een verwittiging naar de school en bepaalt een termijn zodat deze een eind kan stellen aan het vastgestelde in gebreke blijven. Indien de school binnen de voorgeschreven termijn geen gevolg geeft aan de in het eerste lid bedoelde verwittiging, dan kan zij geen... | |
70 | Art. 2.3.21. Het bedrijfsvervoerplan heeft tot doel een langetermijnstrategie te creëren binnen de bedrijven door een reeks concrete maatregelen geleidelijk in te voeren om een juist evenwicht te garanderen tussen het algemene mobiliteitsbelang, de kwaliteit van het leefmilieu waaronder de luchtkwaliteit en de sociaal-... | |
71 | Art. 2.3.22.§ 1. Deze afdeling is van toepassing op het bedrijf dat meer dan honderd werknemers op een zelfde site tewerkstelt. § 2. Het gemiddeld aantal tewerkgestelde werknemers waarmee rekening moet worden gehouden voor de toepassing van deze afdeling wordt op dezelfde wijze berekend als die welke wordt gebruikt voo... | |
72 | Art. 2.3.23.§ 1. Het bedrijf maakt een diagnose die het volgende omvat : 1° de inventaris en de analyse van de verplaatsingen van de werknemers, zowel hun woon-werkverplaatsingen als hun beroepsverplaatsingen en van de goederen die door de werking van het bedrijf gegenereerd worden, alsook een schatting van het aantal ... | |
73 | Art. 2.3.24.§ 1. Op basis van de diagnose bedoeld in artikel 2.3.23, maakt het bedrijf een actieplan op. Het actieplan bevat de volgende verplichte acties : 1° de doelstellingen inzake de verdeling van de vervoerswijzen die overeenstemmen met een raming van de impact van het bedrijfsactieplan op het gewijzigde gedrag v... | |
74 | Art. 2.3.25.§ 1. De contactpersoon stuurt het bedrijfsvervoerplan naar Leefmilieu Brussel. § 2. Indien Leefmilieu Brussel oordeelt dat het bedrijfsvervoerplan onvolledig is, dan wordt aan de contactpersoon gevraagd om het te laten aanvullen door het bedrijf. De contactpersoon stuurt de aanvulling op het bedrijfsvervoer... | |
75 | Art. 2.3.26. Het bedrijf implementeert op zijn minst de verplichte acties bedoeld in artikel 2.3.24. | |
76 | Art. 2.3.27. Het bedrijf actualiseert zijn vervoerplan met inachtneming van artikelen 2.3.23 tot 2.3.26. | |
77 | Art. 2.3.28.Een bedrijf wordt als in gebreke blijvend beschouwd indien het binnen de voorgeschreven termijn : 1° het formulier en/of zijn oorspronkelijke of aangevulde vervoerplan niet naar Leefmilieu Brussel opstuurt, met toepassing van artikel 2.3.25; 2° de verplichte acties van zijn vervoerplan niet implementeert, m... | |
78 | Art. 2.3.29 Leefmilieu Brussel stuurt, per aangetekend schrijven, een verwittiging naar het bedrijf en bepaalt een termijn zodat het een eind kan stellen aan de vastgestelde tekortkoming. | |
79 | Art. 2.3.30. Het activiteitenvervoerplan heeft met name tot doel : 1° de mobiliteit, het leefmilieu, de luchtkwaliteit en de leefkwaliteit, zowel op de weg naar de site waar de activiteit plaatsvindt als rondom de site en in de omgeving ervan, te verbeteren om de impact van de activiteit hierop te verminderen; 2° de ve... | |
80 | Art. 2.3.31. Onderhavige afdeling geldt voor de activiteiten waaraan, op een zelfde site, meer dan duizend mensen per dag deelnemen. | |
81 | Art. 2.3.32. § 1. Aan de hand van een formulier dat ze invullen, maken elke sitebeheerder en sitegebruiker : 1° zichzelf en hun contactpersoon bekend aan het Bestuur; 2° kenbaar aan het Bestuur welke soort activiteit ze organiseren alsook het geschatte aantal mensen dat aan hun activiteiten zal deelnemen. § 2. De conta... | |
82 | Art. 2.3.33. § 1. Aan de hand van een formulier dat zij invullen, informeren de sitebeheerder en de sitegebruiker het Bestuur over de verplaatsing van de activiteit op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of erbuiten en bezorgen het hun nieuw adres. De contactpersoon van de sitebeheerder en deze van d... | |
83 | Art. 2.3.34. § 1. Voor de sites met een capaciteit van duizend tot zesduizend deelnemers per dag, kan de sitebeheerder de volgende acties uitvoeren : 1° de opmaak van een bereikbaarheidsplan van de site dat aan de sitegebruiker wordt overhandigd; 2° de terbeschikkingstelling van een fietsenstalling aan de sitegebruiker... | |
84 | Art. 2.3.35. § 1. Voor de activiteiten met duizend tot zesduizend deelnemers per dag, kan de sitegebruiker de volgende acties uitvoeren : 1° de verspreiding van het bereikbaarheidsplan van de site, bedoeld in artikel 2.3.34, § 1, 1°, op de website van de activiteit, aangepast aan het type van activiteit en de herkomst ... | |
85 | Art. 2.3.36. De sitebeheerder en de sitegebruiker kunnen een aanvraag voor een principeakkoord voor de toekenning van de in artikel 2.3.46 bedoelde steun bij het Bestuur indienen. Het Bestuur deelt aan de sitebeheerder en de sitegebruiker de beslissing van de Regering mee over de toekenning of weigering van de steun me... | |
86 | Art. 2.3.37. § 1. Indien de activiteit in de openbare ruimte plaatsvindt, dan zijn de bepalingen van de onderhavige onderafdeling enkel van toepassing op de sitegebruiker. § 2. Wanneer de activiteit betrekking heeft op een site met meer dan zesduizend betalende deelnemers per dag en onderworpen is aan een milieuvergunn... | |
87 | Art. 2.3.38. § 1. Aan de hand van een formulier dat hij invult, stelt de sitebeheerder een diagnose op die het volgende bevat : 1° de analyse van de bereikbaarheid van de site voor de verschillende vervoerswijzen van de deelnemers en van de parkeercapaciteit; 2° de beschrijving van de reeds ondernomen acties om de verp... | |
88 | Art. 2.3.39. § 1. Aan de hand van een formulier dat zij invullen, stellen de sitebeheerder en de sitegebruiker een actieplan op dat het volgende bevat : 1° de acties bepaald in de artikelen 2.3.34 en 2.3.35; 2° alsook de volgende verplichte maatregelen : - sensibiliserings- en aansporingsmaatregelen bestemd voor de dee... | |
89 | Art. 2.3.40. § 1. De contactpersoon van de sitebeheerder en die van de sitegebruiker sturen het activiteitenvervoerplan naar het Bestuur. § 2. Samen met het activiteitenvervoerplan kunnen de sitebeheerder en de sitegebruiker een aanvraag voor een principeakkoord voor de toekenning van de in artikel 2.3.46 bedoelde steu... | |
90 | Art. 2.3.41.§ 1. Indien het Bestuur het opportuun acht of indien de sitebeheerder of de sitegebruiker hierom vraagt, kan het het advies van Leefmilieu Brussel, de betrokken politiezone(s), de betrokken gemeente(n) of de betrokken maatschappij(en) van openbaar vervoer vragen over het oorspronkelijke of aangevulde activi... | |
91 | Art. 2.3.42. De contactpersoon van de sitebeheerder en deze van de sitegebruiker sturen het op basis van het advies van het Bestuur gewijzigde activiteitenvervoerplan naar het Bestuur. | |
92 | Art. 2.3.43. De sitebeheerder en de sitegebruiker implementeren op zijn minst de verplichte acties van het activiteitenvervoerplan. Het Bestuur deelt aan de contactpersoon van de sitebeheerder en deze van de sitegebruiker, de beslissing van de Regering mee over de toekenning of weigering van de steun met toepassing van... | |
93 | Art. 2.3.44. De sitebeheerder en de sitegebruiker actualiseren hun vervoerplan met inachtneming van de artikelen 2.3.37 tot 2.3.43. | |
94 | Art. 2.3.45. De sitebeheerder of de sitegebruiker wordt als in gebreke blijvend beschouwd indien hij binnen de voorgeschreven termijn : 1° zichzelf en zijn contactpersoon niet bekendmaakt aan het Bestuur, met toepassing van artikel 2.3.32, § 1, 1° ; 2° het Bestuur niet op de hoogte stelt van de verplaatsing van zijn ac... | |
95 | Art. 2.3.46. § 1. Overeenkomstig de bepalingen van onderhavige afdeling, kan de Regering financiële of materiële steun toekennen om de opmaak en de implementatie van een vervoerplan aan te moedigen. Deze steun wordt vastgelegd binnen de beschikbare budgetten. § 2. Kunnen deze steun genieten : 1° de in afdeling 2 van on... | |
96 | Art. 2.3.47. § 1. De aanvraag voor een principeakkoord voor de toekenning van de in de artikelen 2.3.14, § 4, 2.3.17, § 2, 2.3.36 en 2.3.40, § 2 bedoelde steun is ontvankelijk indien : 1° de school het in artikel 2.3.10, tweede lid bedoelde tijdsschema heeft nageleefd, en dat de toepassingstermijnen van de artikelen 2.... | |
97 | Art. 2.3.48. De Regering deelt aan de begunstigde haar beslissing mee tot toekenning of weigering van de steun en stuurt een kopie van haar kennisgeving naar het Bestuur. Het Bestuur verleent de steun aan de begunstigde. | |
98 | Art. 2.3.49. § 1. De Regering kan de teruggave van de steun eisen indien binnen de voorgeschreven termijn : 1° de school het actieplan, overeenkomstig artikel 2.3.15, niet implementeert of de steun gebruikt voor andere doeleinden dan deze waarvoor hij werd toegekend; 2° de sitebeheerder of sitegebruiker de verplichte a... | |
99 | Art. 2.3.50. § 1. De Regering definieert milieuprestatie-eisen die van toepassing zijn voor de aan te kopen of te leasen voertuigen van natuurlijke of rechtspersonen die op het grondgebied van het Gewest één of meer van de volgende activiteiten uitoefenen : 1° een taxidienst; 2° een dienst voor het verhuren van voertui... | |
100 | Art. 2.3.51. Met het oog op de toepassing van dit hoofdstuk, verstaat men onder : 1° " Aanvraag " : een aanvraag om milieuvergunning in de zin van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, een aanvraag om milieucertificaat in de zin van artikel 8 van dezelfde ordonnantie of een aanvraag tot verl... |
Building on the Belgian Statutory Article Retrieval Dataset (BSARD) in French, we introduce the bilingual version of this dataset, bBSARD. The dataset contains parallel Belgian statutory articles in both French and Dutch, along with legal questions from BSARD and their Dutch translation.
| Task category | t2t |
| Domains | Legal, Written |
| Reference | https://aclanthology.org/2025.regnlp-1.3.pdf |
Source datasets:
You can evaluate an embedding model on this dataset using the following code:
import mteb
task = mteb.get_task("bBSARDNLRetrieval")
evaluator = mteb.MTEB([task])
model = mteb.get_model(YOUR_MODEL)
evaluator.run(model)
To learn more about how to run models on mteb task check out the GitHub repository.
If you use this dataset, please cite the dataset as well as MTEB-NL, as this dataset includes additional processing.
@article{lotfi2025bilingual,
author = {Lotfi, Ehsan and Banar, Nikolay and Yuzbashyan, Nerses and Daelemans, Walter},
journal = {COLING 2025},
pages = {10},
title = {Bilingual BSARD: Extending Statutory Article Retrieval to Dutch},
year = {2025},
}
@misc{banar2025mtebnle5nlembeddingbenchmark,
title={MTEB-NL and E5-NL: Embedding Benchmark and Models for Dutch},
author={Nikolay Banar and Ehsan Lotfi and Jens Van Nooten and Cristina Arhiliuc and Marija Kliocaite and Walter Daelemans},
year={2025},
eprint={2509.12340},
archivePrefix={arXiv},
primaryClass={cs.CL},
url={https://arxiv.org/abs/2509.12340},
}
The following code contains the descriptive statistics from the task. These can also be obtained using:
import mteb
task = mteb.get_task("bBSARDNLRetrieval")
desc_stats = task.metadata.descriptive_stats
{
"test": {
"num_samples": 22637,
"number_of_characters": 21218611,
"documents_text_statistics": {
"total_text_length": 21197901,
"min_text_length": 7,
"average_text_length": 945.7015837608744,
"max_text_length": 37834,
"unique_texts": 22415
},
"documents_image_statistics": null,
"queries_text_statistics": {
"total_text_length": 20710,
"min_text_length": 22,
"average_text_length": 93.28828828828829,
"max_text_length": 250,
"unique_texts": 222
},
"queries_image_statistics": null,
"relevant_docs_statistics": {
"num_relevant_docs": 1059,
"min_relevant_docs_per_query": 1,
"average_relevant_docs_per_query": 4.77027027027027,
"max_relevant_docs_per_query": 57,
"unique_relevant_docs": 491
},
"top_ranked_statistics": null
}
}